Alle berichten van admin

Ook gedetineerden hebben behoefte om te praten over levensvragen

Leonie Breebaart– 11:50, 11 juni 2017
Als je in de gevangenis zit, heb je dan iets aan filosofie? Vrouwelijke cursisten in Nieuwersluis vinden van wel. ‘Hier kun je nadenken. Wat wil ik in dit leven?’

De eerste die het zaaltje binnenkomt, is Naomi. Het is haar laatste les ‘Filosofie en Humanisme’. Morgen staat ze buiten, na vier maanden gezeten te hebben. Een bijzondere dag, zou je zeggen, maar er staan wallen onder haar zwarte ogen. “Ik slaap er al vier of vijf nachten niet van. Straks moet ik het doen zonder muurtjes om me heen”, zal ze later vertellen, als ze samen met andere gedetineerden een tekst over angst heeft gelezen. “Ik heb een verslavingsachtergrond; hoe ga ik zorgen dat ik niet terugval? Daar ben ik bang voor.” Maar één ding wil Naomi (34) nu vast kwijt, voordat de les begint, en dat is haar enthousiasme voor filosofie. “Ik kan het écht iedereen aanraden. Je leert zoveel. Bijvoorbeeld over amor fati, dat je je lot moet accepteren. Maar ook dat iedereen zijn eigen mening heeft. Soms denken mensen: het ís zo, of het ís zo.”

Cursussen filosofie zijn er in het hele land, in filosofische cafés, bij de prijziger The School of Life. Maar de cursus ‘Filosofie en Humanisme’ is er speciaal voor gedetineerden. Ook zij hebben behoefte om te praten over levensvragen, weet Hans Scheper (57), hoofd humanistische geestelijke verzorging bij het ministerie van veiligheid en justitie. En ook als ze niet in God geloven. Aan die vraag is hij twee jaar geleden tegemoet gekomen met de cursus ‘Filosofie en Humanisme’, die na ook wordt gegeven ‘Nieuwersluis’, een penitentiaire inrichting voor vrouwen, gelegen aan de Vecht bij Utrecht.

Gulden middenweg
In de personeelskantine, het is lunchtijd, haalt Scheper het cursusboekje ‘Onder uit de ziel’ uit zijn tas. Een stemmige kleine uitgave met fragmenten van filosofen als Schopenhauer, Nietzsche en Aristoteles. Wat gedetineerden daarvan opsteken? “Ze zoeken vaak óf de schuld helemáál buiten henzelf óf ze gaan heel zwaar gebukt onder hun daden”, legt Scheper uit. “Dan kun je wijzen op de gulden middenweg van Aristoteles, dat maakt hun zelfbeeld minder zwart-wit. Ze gaan het zelf onderzoeken: wat is hun eigen schuld en wat is de invloed van de sociale druk die ze hebben ervaren? Waar ligt voor hen het gulden midden? Sommige cursisten zeggen: op cursus zijn we eindelijk eens af van die vrouwenpraat. Hier kunnen we serieus over een onderwerp praten.”

Inmiddels zijn aan het tafeltje ook nog de directeur en zijn adviseur aangeschoven, evenals een vrijwilliger van het Humanistisch Verbond, Willem van Katwijk (78). De in bordeauxrood geklede filosofisch consulent runt de cursus in ‘Nieuwersluis’ en vertelt ontroerd over de vloed aan dankbare reacties van de vrouwen. “Bedankt voor sommige dagen meer rust in mijn hoofd”, schrijven ze hem. Of: “Dit is het enige uurtje in de week dat we ons prettig voelen”.

Verlangen om te veranderen
Boukje Aartsen, humanistisch geestelijk verzorger van ‘Nieuwersluis’, kan zich het enthousiasme wel voorstellen: “Juist omdat de gedetineerden hier in hun cel allemaal sterk geconfronteerd worden met zichzelf, leeft bij de meesten ook een sterk verlangen om te veranderen. Tenminste als ze hun straf hebben geaccepteerd”.

En op dat verlangen hoopt de directeur dan weer in te spelen. “Straffen is één doel van een penitentiaire inrichting, maar wij vinden het minstens zo belangrijk gedetineerden voor te bereiden op hun succesvolle terugkeer in de maatschappij”. Hans Scheper: “Hoe beroerder je ze behandelt, hoe beroerder komen ze eruit”.

Hoe werkt dat in de praktijk? Terug in het omkooide deel van de strafinrichting – meerdere poortjes door, telefoon afgeven, tralies voor de ramen – komen nog vijf andere vrouwen het zaaltje binnen. Nee, ze dragen geen overalls zoals in Amerikaanse tv-series. Gewone vrouwen, normaal gekleed, zoals je ze elke dag tegenkomt. Thee, koffie en koekjes gaan rond . “Oh, ik heb geen pen bij me, jij?”

Luisteren belangrijkst
Als iedereen zit en als ook Hans Scheper voor de gelegenheid is aangeschoven, rolt cursusleider Willem van Katwijk een grote schelp uit een doek en houdt hem omhoog. Waar die schelp voor staat, weten de cursisten: bij filosofie is luisteren het belangrijkste. Dan pakt iedereen de tekst van Bertrand Russell erbij, getiteld ‘Gevaar onder ogen zien’. Terwijl Elisa (43) voorleest – ze struikelt alleen even over ‘faillissement’ – zitten Amber, Jill, Linda en Naomi in stilte gebogen over hun stencil.

Makkelijk is de tekst niet. Laura (46) leest hem opnieuw, zorgvuldig, een frons op haar gezicht. De tekst komt erop neer dat je angst niet moet wegduwen, je moet er juist ruimte aan geven.

Hans Scheper wil weten wat de vrouwen van de tekst vinden. “Als je bang bent, hoe ga je daar dan mee om?”

“Loslaten”, zegt Laura.

Scheper: “Is dat zo, gaat de tekst over loslaten?” Dan gooit hij het over een andere boeg en vraagt hij of het wel zo slim is om angst de ruimte te geven: “Mijn moeder zei wel eens: je moet niet te veel nadenken, dat maakt het alleen maar erger. Wat vinden jullie daarvan?”

Dat klinkt deze vrouwen zinniger in de oren. “Als je heel veel nadenkt, wordt het alleen maar erger”, zegt Laura. “Vooral als je ’s avonds alleen in je cel zit. Sinds ik hier zit, wil één van mijn dochters niks meer van me weten. Hoe meer ik daarover nadenk, hoe meer pijn het me doet.”

Hans Scheper: “Misschien is piekeren niet hetzelfde als denken”.

Misschien, maar Laura’s opmerking maakt veel los. De meeste vrouwen hier hebben kinderen. Het gevoel dat ze je ontglippen terwijl je vastzit, blijkt hun grootse angst. “Je hebt hier nergens grip op”, zegt Jill. (27). Er vallen tranen. Ze krijgt een arm om zich heen van Laura. Het enige dat lijkt te helpen is een dagboek bijhouden. Jill: “Met schrijven lukt het wel het uit je hoofd te krijgen”.

Verbeterpunten zien
Maar Naomi ziet nog wel mogelijkheden het denken in te zetten om angsten te bezweren. Vurig: “Je kunt ook van het negatieve het positieve maken. Je kunt ook verbeterpunten zien. Dat je bijvoorbeeld denkt, hoe ga ik straks niet gebruiken. Dat je die pijn op een andere manier kunt verzachten.”

Cursisten die hier voor het laatst zijn, krijgen nu een certificaat uitgedeeld. Ze moeten daarop nog wel een motto schrijven: een zin die hen heeft geraakt, wat ze bij de cursus hebben geleerd. Laura: “Leren houden van jezelf. Iedereen is uniek. Dat heeft bij mij 46 jaar geduurd, voor ik daar achter kwam.” Naomi zit over haar certificaat gebogen en vraagt zich af hoe je amor fati schrijft. “Alleen met een ‘í’ of ook met een ‘e’?” Want dat is haar het meeste bijgebleven: Nietzsche’s idee dat je je lot kunt omarmen: amor fati. Dus dat komt op haar certificaat.

Laura is nog niet klaar met haar evaluatie: “Het is ook de groep waar je in zit. Dat je je woord kan doen.” Instemmend geknik. Hier luistert iedereen naar elkaar. En Willem van Katwijk geeft het goede voorbeeld. “Dat is mooi, wat je daar zegt”, zegt hij regelmatig, waarna hij alle tijd neemt de woorden van een cursiste op zich in te laten werken.

Naomi heeft nog een praktische vraag: “Er zijn nog veel meer filosofen toch? Heeft u geen vervolggroepen voor buiten? Dat je die dan zelf betaalt ofzo?” Want dat is ook een breed gedeelde ervaring, dat je ‘buiten’ ondanks de daadwerkelijke vrijheid minder vrijheid kunt voelen om na te denken. “Je kunt vrijheid op veel manieren voelen,” filosofeert Naomi. “Hier kun je rustig nadenken: wat wil ik in dit leven. Je kunt van elkaar leren. Buiten zijn er je bijvoorbeeld je kinderen. Je moet van alles. Je krijgt de tijd niet.”

Elisa: “Misschien moeten we dat nadenken meenemen naar buiten”.

Naomi: “Horen jullie dat? Dat vind ik een hele goeie opmerking van Elisa.”

Weer de angst dat het ‘buiten’ moeilijk wordt. Toch blijft Naomi optimistisch over de lessen die ze heeft meegenomen. “Met sommige mensen zou ik vroeger zeggen: met haar ga ik niet om. Dat wordt hier toch minder. Je leert elkaar echt kennen hier.”

Hans Scheper: “Jullie zijn natuurlijk wel een elite-clubje.”

“Zeker!”

Dan pakt de cursusleider zijn schelp weer in en lopen de vrouwen het zaaltje uit, al dan niet met een certificaat op zak. “Dit is soms het enige certificaat dat ze krijgen”, legt Willem van Katwijk uit. “Ze kunnen het ook op hun cv zetten. Dat zegt toch iets, dat je aan zo’n cursus meedoet.”

Om privacyredenen zijn de voornamen van bovengenoemde vrouwen gefingeerd. Hun werkelijke voornamen zijn bekend bij de redactie.

De cursussen van het humanistich verbond
Veel strafinrichtingen in Nederland bieden cursussen aan vanuit christelijke hoek. Maar naarmate de secularisering doorzet, blijkt er ook vaker behoefte aan cursussen waarin op niet godsdienstige wijze van gedachten gewisseld kon worden. Om aan die vraag tegemoet te komen, zette Hans Scheper in samenwerking met het Humanistisch Verbond een cursus op, waarin gedetineerden praten over teksten van filosofen en dichters. De cursus, gerund door vrijwilligers van het Humanistisch Verbond, werd vorig jaar in vijftien gevangenissen aangeboden en bereikte daarmee zo’n 300 gedetineerden.

Het is niet voor het eerst dat in de gevangenis filosofie gegeven wordt. Acht jaar geleden al gaven de Rotterdamse filosofen Henk Oosterling en Marc Schuilenburg les in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel. Ook daarvoor bleek veel animo. Vooral het idee dat je met elkaar praat vanuit een filosofische houding, dus zonder dat iemand pretendeert het laatste antwoord te hebben, leidt bij gedetineerden tot onderling respect, constateerde Oosterling.

Filosofen zelf ook achter de tralies
Dat filosofen in de gevangenis belanden is geen uitzondering. Zo schreef de filosoof Boëthius (480-526) zijn beroemde ‘De vertroosting van de filosofie’ in de kerkers van Pavia en werd Verlichtingsfilosoof Voltaire twee keer gevangengezet. Ook twintigste-eeuwse filosofen, zoals Bertrand Russell, zijn in de bajes beland, vaak om hun deelname aan protestbewegingen en demonstraties. Schaarser zijn filosofen die een misdrijf begingen, maar ook zij bestaan. De Franse filosoof Bernard Stiegler (1952) en de Nederlander Rein Gerritsen hebben allebei vastgezeten voor het plegen van een bankoverval. Stiegler volgde tijdens zijn detentie een schriftelijke opleiding tot filosoof en kwam vervroegd vrij. Gerritsen studeerde na zijn detentie filosofie en zet zich in voor de rechten van gedetineerden.

Overgenomen van Trouw.