Verslag NEF studiedag ‘Het existentiële in de filosofische praktijk’

Op zaterdag 30 oktober organiseerde het Netwerk Existentiële Filosofie (onderdeel van de Vereniging voor Filosofische Praktijk) op Landgoed ISVW te Leusden de studiedag ‘Het existentiële in de filosofische praktijk’.

Vier deelnemers aan het netwerk hadden een workshop voorbereid en presenteerden deze aan de bijna twintig belangstellenden.


René van de Lustgraaf liet de aanwezigen op de zaterdag cognitief ontwaken met een bespreking van de filosofie van Markus Gabriel en de vraag wat diens Nieuw Realisme (‘dé wereld bestaat niet’) kan betekenen voor de gesprekspraktijk. Existentie wordt gezien als betekenisveld, als iets wat zich voorstelt in een ‘field of senses’, als een functionele relatie tussen objecten en velden. De werkelijkheid bestaat uit velden, álles bestaat in velden, en die velden verhouden zich tot elkaar. Er is niet alleen een perspectief, maar ook een werkelijkheid (veld) van hetgeen waarop het perspectief zich richt. De ‘waarheid’ (niet voor niets hier tussen aanhalingstekens geschreven) die iemand over zichzelf uitspreekt kan getoetst worden binnen een sociaal kader. Er is dus volop beweging tussen velden waarin ervaringen worden opgedaan en gedeeld.

Die beweging stond ook centraal in de bijdrage van Harald van Veghel (‘Jezelf in kaart brengen’) waarin hij zijn coachingspraktijk allereerst theoretisch toelichtte aan de hand van het existentieel-fenomenologisch denken van Husserl en Heidegger. Daarna maakten we kennis met zijn eigen werkwijze: in contrast met de huidige psychotherapeutische praktijken waarbij betekenisvelden losgelaten worden op subjecten, stelde hij dat niemand de ervaringswereld kan ontsluiten behalve de persoon zelf. Dus objectivering van de patiënt/cliënt is uit den boze. In zijn praktijk ‘draait hij om de gespreksstof heen’, juist om de ander te laten duiden. Hij maakt daarbij onder meer gebruik van visualisaties (‘ondertekeningen’) waarmee bewegingen in denken en reflecteren op papier aanzetten tot verdere beweging.

Na de lunchpauze vroeg Dries Boele voor aanvang van zijn workshop of iedereen die niets heeft met ‘corona’ tijdens zijn workshop maar beter te vertrekken. Hij wilde namelijk de aanwezigen uitdagen na te gaan wat de coronacrisis voor ieder van hen (ten diepste) raakte. Vormt zij aanleiding tot een verandering in het zelf-, mens- en wereldbeeld? In subgroepen werd een aanvankelijke inventarisatie gemaakt waarna plenair de vragen die het opleverde besproken werden. Vragen die vroegen naar betekenis. Voorbij kwamen thema’s als ‘polarisatie’, ‘vrijheid’ en ‘angst’. Het leverde een levendige discussie op waarbij meer dan eens geopperd werd dat er iets moet veranderen. Niet meer terug naar het oude normaal! Toch?

De dag werd afgesloten door Justine Pardoen. Van de gezamenlijke denkoefeningen van de dag bracht zij eenieder aan de hand van gerichte, kortdurende schrijfopdrachten naar de eigen beleving van jeugdervaringen. In haar workshop ‘autobiografisch schrijven’ daagde zij uit ervaringen en sensaties met wisseling van tijd en perspectief te beschrijven en herschrijven, en te benoemen welke belevingen dat opriep. “Mijn blik wacht op mij in de dingen, om vandaaruit naar mij te kijken en mij van mijn blik te beroven. Mijn herinnering wacht op mij in de dingen om mij te bewijzen dat vergeten niet bestaat.” (Robert Juarroz, 1974)

Al en met al een dag die positief gewaardeerd werd en die het Netwerk Existentiële Filosofie uitnodigt en uitdaagt voort te gaan, zowel met het werven van leden als met het organiseren van inspirerende en prikkelende bijeenkomsten die van waarde zijn voor groei en ontwikkeling in de eigen filosofische praktijken.


Wim van den Brink, Frank Vandendries

1 november 2021